📖 Spreuken 7
-
1
Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.
-
2
Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen.
-
3
Bind ze aan uw vingeren, schrijf ze op de tafels uws harten.
-
4
Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;
-
5
Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.
-
6
Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;
-
7
En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling;
-
8
Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.
-
9
In de schemering, in den avond des daags, in den zwarten nacht en de donkerheid;
-
10
En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;
-
11
Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;
-
12
Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;
-
13
En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem:
-
14
Dankoffers zijn bij mij, ik heb heden mijn geloften betaald;
-
15
Daarom ben ik uitgegaan u tegemoet, om uw aangezicht naarstiglijk te zoeken, en ik heb u gevonden.
-
16
Ik heb mijn bedstede met tapijtsieraad toegemaakt, met uitgehouwen werken, met fijn linnen van Egypte;
-
17
Ik heb mijn leger met mirre, aloe en kaneel welriekende gemaakt;
-
18
Kom, laat ons dronken worden van minnen tot den morgen toe; laat ons ons vrolijk maken in grote liefde.
-
19
Want de man is niet in zijn huis, hij is een verren weg getogen;
-
20
Hij heeft een bundel gelds in zijn hand genomen; ten bestemden dage zal hij naar zijn huis komen.
-
21
Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.
-
22
Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.
-
23
Totdat hem de pijl zijn lever doorsneed; gelijk een vogel zich haast naar den strik, en niet weet, dat dezelve tegen zijn leven is.
-
24
Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.
-
25
Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.
-
26
Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.
-
27
Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.