📖 Spreuken 5
-
1
Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
-
2
Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.
-
3
Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.
-
4
Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.
-
5
Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.
-
6
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
-
7
Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.
-
8
Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
-
9
Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;
-
10
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
-
11
En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;
-
12
En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!
-
13
En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!
-
14
Ik ben bijna in alle kwaad geweest, in het midden der gemeente en der vergadering!
-
15
Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput;
-
16
Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten;
-
17
Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u.
-
18
Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;
-
19
Een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijd dronken maken; dool steeds in haar liefde.
-
20
En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?
-
21
Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.
-
22
Den goddeloze zullen zijn ongerechtigheden vangen, en met de banden zijner zonden zal hij vastgehouden worden.
-
23
Hij zal sterven, omdat hij zonder tucht geweest is, en in de grootheid zijner dwaasheid zal hij verdwalen.