📖 Spreuken 29
-
1
Een man, die, dikwijls bestraft zijnde, den nek verhardt, zal schielijk verbroken worden, zodat er geen genezen aan zij.
-
2
Als de rechtvaardigen groot worden, verblijdt zich het volk; maar als de goddeloze heerst, zucht het volk.
-
3
Een man, die de wijsheid bemint, verblijdt zijn vader; maar die een metgezel der hoeren is, brengt het goed door.
-
4
Een koning houdt het land staande door het recht; maar een, die tot geschenken genegen is, verstoort hetzelve.
-
5
Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.
-
6
In de overtreding eens bozen mans is een strik; maar de rechtvaardige juicht en is blijde.
-
7
De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet.
-
8
Spotdrijvende lieden blazen een stad aan brand; maar de wijzen keren den toorn af.
-
9
Een wijs man, met een dwaas man in rechten zich begeven hebbende, hetzij dat hij beroerd is of lacht, zo is er toch geen rust.
-
10
Bloedgierige lieden haten den vrome; maar de oprechten zoeken zijn ziel.
-
11
Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.
-
12
Een heerser, die op leugentaal acht geeft, al zijn dienaars zijn goddeloos.
-
13
De arme en de bedrieger ontmoeten elkander; de HEERE verlicht hun beider ogen.
-
14
Een koning, die de armen in trouw recht doet, diens troon zal in eeuwigheid bevestigd worden.
-
15
De roede, en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder.
-
16
Als de goddelozen velen worden, wordt de overtreding veel; maar de rechtvaardigen zullen hun val aanzien.
-
17
Tuchtig uw zoon, en hij zal u gerustheid aandoen, en hij zal uw ziel vermakelijkheden geven.
-
18
Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot; maar welgelukzalig is hij, die de wet bewaart.
-
19
Een knecht zal door de woorden niet getuchtigd worden; hoewel hij u verstaat, nochtans zal hij niet antwoorden.
-
20
Hebt gij een man gezien, die haastig in zijn woorden is? Van een zot is meer verwachting dan van hem.
-
21
Als men zijn knecht van jongs op weeldig houdt, hij zal in zijn laatste een zoon willen zijn.
-
22
Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.
-
23
De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.
-
24
Die met een dief deelt, haat zijn ziel; hij hoort een vloek, en hij geeft het niet te kennen.
-
25
De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden.
-
26
Velen zoeken het aangezicht des heersers; maar een ieders recht is van den HEERE.
-
27
Een ongerechtig man is den rechtvaardige een gruwel; maar die recht is van weg, is den goddeloze een gruwel.