📖 Spreuken 20
-
1
De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn.
-
2
De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel.
-
3
Het is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen.
-
4
Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn.
-
5
De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.
-
6
Elk van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit; maar wie zal een recht trouwen man vinden?
-
7
De rechtvaardige wandelt steeds in zijn oprechtheid; welgelukzalig zijn zijn kinderen na hem.
-
8
Een koning, zittende op den troon des gerichts, verstrooit alle kwaad met zijn ogen.
-
9
Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?
-
10
Tweeerlei weegsteen, tweeerlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide.
-
11
Een jongen zal ook door zijn handelingen zich bekend maken, of zijn werk zuiver, en of het recht zal wezen.
-
12
Een horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide.
-
13
Heb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; open uw ogen, verzadig u met brood.
-
14
Het is kwaad, het is kwaad! zal de koper zeggen; maar als hij weggegaan is, dan zal hij zich beroemen.
-
15
Goud is er, en menigte van robijnen; maar de lippen de wetenschap zijn een kostelijk kleinood.
-
16
Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden.
-
17
Het brood der leugen is den mens zoet; maar daarna zal zijn mond vol van zandsteentjes worden.
-
18
Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen.
-
19
Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt.
-
20
Wie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis.
-
21
Als een erfenis in het eerste verhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden.
-
22
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen.
-
23
Tweeerlei weegsteen is den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.
-
24
De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?
-
25
Het is een strik des mensen, dat hij het heilige verslindt, en na gedane geloften, onderzoek te doen.
-
26
Een wijs koning verstrooit de goddelozen, en hij brengt het rad over hen.
-
27
De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.
-
28
Weldadigheid en waarheid bewaren den koning; en door weldadigheid ondersteunt hij zijn troon.
-
29
Der jongelingen sieraad is hun kracht, en der ouden heerlijkheid is de grijsheid.
-
30
Gezwellen der wonde zijn in den boze een zuivering, mitsgaders de slagen van het binnenste des buiks.