📖 Spreuken 2
-
1
Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;
-
2
Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;
-
3
Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;
-
4
Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;
-
5
Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.
-
6
Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.
-
7
Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen;
-
8
Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren.
-
9
Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.
-
10
Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;
-
11
Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;
-
12
Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;
-
13
Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;
-
14
Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden;
-
15
Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;
-
16
Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;
-
17
Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;
-
18
Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.
-
19
Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;
-
20
Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.
-
21
Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven;
-
22
Maar de goddelozen zullen van de aarde uitgeroeid worden, en de trouwelozen zullen er van uitgerukt worden.