📖 Spreuken 18
-
1
Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.
-
2
De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.
-
3
Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid.
-
4
De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.
-
5
Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen.
-
6
De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.
-
7
De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.
-
8
De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.
-
9
Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger.
-
10
De Naam des HEEREN is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden.
-
11
Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.
-
12
Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.
-
13
Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.
-
14
De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?
-
15
Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.
-
16
De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.
-
17
Die de eerste is in zijn twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt, en hij onderzoekt hem.
-
18
Het lot doet de geschillen ophouden, en maakt scheiding tussen machtigen.
-
19
Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.
-
20
Van de vrucht van ieders mond zal zijn buik verzadigd worden; hij zal verzadigd worden van de inkomst zijner lippen.
-
21
Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.
-
22
Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.
-
23
De arme spreekt smekingen; maar de rijke antwoordt harde dingen.
-
24
Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder.