📖 Spreuken 16
-
1
De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE.
-
2
Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de HEERE weegt de geesten.
-
3
Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.
-
4
De HEERE heeft alles gewrocht om Zijns Zelfs wil; ja, ook den goddeloze tot den dag des kwaads.
-
5
Al wie hoog is van hart, is den HEERE een gruwel; hand aan hand, zal hij niet onschuldig zijn.
-
6
Door goedertierenheid en trouw wordt de misdaad verzoend; en door de vreze des HEEREN wijkt men af van het kwade.
-
7
Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen.
-
8
Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid der inkomsten zonder recht.
-
9
Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.
-
10
Waarzegging is op de lippen des konings; zijn mond zal niet overtreden in het gericht.
-
11
Een rechte waag en weegschaal zijn des HEEREN; alle weegstenen des zaks zijn Zijn werk.
-
12
Het is der koningen gruwel goddeloosheid te doen; want door gerechtigheid wordt de troon bevestigd.
-
13
De lippen der gerechtigheid zijn het welgevallen der koningen; en elkeen van hen zal liefhebben dien, die rechte dingen spreekt.
-
14
De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen.
-
15
In het licht van des konings aangezicht is leven; en zijn welgevallen is als een wolk des spaden regens.
-
16
Hoeveel beter is het wijsheid te bekomen, dan uitgegraven goud, en uitnemender, verstand te bekomen, dan zilver!
-
17
De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.
-
18
Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val.
-
19
Het is beter nederig van geest te zijn met de zachtmoedigen, dan roof te delen met de hovaardigen.
-
20
Die op het woord verstandelijk let, zal het goede vinden; en die op den HEERE vertrouwt, is welgelukzalig.
-
21
De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen.
-
22
Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid.
-
23
Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.
-
24
Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.
-
25
Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.
-
26
De ziel des arbeidzamen arbeidt voor zichzelven; want zijn mond buigt zich voor hem.
-
27
Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.
-
28
Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.
-
29
Een man des gewelds verlokt zijn naaste, en hij leidt hem in een weg, die niet goed is.
-
30
Hij sluit zijn ogen, om verkeerdheden te bedenken; zijn lippen bijtende, volbrengt hij het kwaad.
-
31
De grijsheid is een sierlijke kroon; zij wordt op den weg der gerechtigheid gevonden.
-
32
De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.
-
33
Het lot wordt in den schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE.