📖 Psalmen 129
-
1
Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;
-
2
Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.
-
3
Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.
-
4
De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.
-
5
Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.
-
6
Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;
-
7
Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;
-
8
En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.