📖 Job 41
-
1
Niemand is zo koen, dat hij hem opwekken zou; wie is dan hij, die zich voor Mijn aangezicht stellen zou?
-
2
Wie heeft Mij voorgekomen, dat Ik hem zou vergelden? Wat onder den gansen hemel is, is het Mijne.
-
3
Ik zal zijn leden niet verzwijgen, noch het verhaal zijner sterkte, noch de bevalligheid zijner gestaltenis.
-
4
Wie zou het opperste zijns kleeds ontdekken? Wie zou met zijn dubbelen breidel hem aankomen?
-
5
Wie zou de deuren zijns aangezichts opendoen? Rondom zijn tanden is verschrikking.
-
6
Zeer uitnemend zijn zijn sterke schilden, elkeen gesloten als met een nauwdrukkend zegel.
-
7
Het een is zo na aan het andere, dat de wind daar niet kan tussen komen.
-
8
Zij kleven aan elkander, zij vatten zich samen, dat zij zich niet scheiden.
-
9
Elk een zijner niezingen doet een licht schijnen; en zijn ogen zijn als de oogleden des dageraads.
-
10
Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.
-
11
Uit zijn neusgaten komt rook voort, als uit een ziedende pot en ruimen ketel.
-
12
Zijn adem zou kolen doen vlammen, en een vlam komt uit zijn mond voort.
-
13
In zijn hals herbergt de sterkte; voor hem springt zelfs de droefheid van vreugde op.
-
14
De stukken van zijn vlees kleven samen; elkeen is vast in hem, het wordt niet bewogen.
-
15
Zijn hart is vast gelijk een steen; ja, vast gelijk een deel van den ondersten molensteen.
-
16
Van zijn verheffen schromen de sterken; om zijner doorbrekingen wille ontzondigen zij zich.
-
17
Raakt hem iemand met het zwaard, dat zal niet bestaan, spies, schicht noch pantsier.
-
18
Hij acht het ijzer voor stro, en het staal voor verrot hout.
-
19
De pijl zal hem niet doen vlieden, de slingerstenen worden hem in stoppelen veranderd.
-
20
De werpstenen worden van hem geacht als stoppelen, en hij belacht de drilling der lans.
-
21
Onder hem zijn scherpe scherven; hij spreidt zich op het puntachtige, als op slijk.
-
22
Hij doet de diepte zieden gelijk een pot; hij stelt de zee als een apothekerskokerij.
-
23
Achter zich verlicht hij het pad; men zou den afgrond voor grijzigheid houden.
-
24
Op de aarde is niets met hem te vergelijken, die gemaakt is om zonder schrik te wezen.
-
25
Hij aanziet alles, wat hoog is, hij is een koning over alle jonge hoogmoedige dieren.
-
26
-
27
-
28
-
29
-
30
-
31
-
32
-
33
-
34