📖 Job 15
-
1
Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:
-
2
Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind?
-
3
Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?
-
4
Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.
-
5
Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.
-
6
Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.
-
7
Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?
-
8
Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?
-
9
Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?
-
10
Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.
-
11
Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?
-
12
Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?
-
13
Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.
-
14
Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?
-
15
Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in Zijn ogen.
-
16
Hoeveel te meer is een man gruwelijk en stinkende, die het onrecht indrinkt als water?
-
17
Ik zal u wijzen, hoor mij aan, en hetgeen ik gezien heb, dat zal ik vertellen;
-
18
Hetwelk de wijzen verkondigd hebben, en men voor hun vaderen niet verborgen heeft;
-
19
Denwelken alleen het land gegeven was, en door welker midden niemand vreemds doorging.
-
20
Te allen dage doet de goddeloze zichzelven weedom aan; en weinige jaren in getal zijn voor den tiran weggelegd.
-
21
Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren; in den vrede zelven komt de verwoester hem over.
-
22
Hij gelooft niet uit de duisternis weder te keren, maar dat hij beloerd wordt ten zwaarde.
-
23
Hij zwerft heen en weder om brood, waar het zijn mag; hij weet, dat bij zijn hand gereed is de dag der duisternis.
-
24
Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.
-
25
Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.
-
26
Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden.
-
27
Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;
-
28
En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.
-
29
Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.
-
30
Hij zal van de duisternis niet ontwijken, de vlam zal zijn scheut verdrogen; hij zal wijken door het geblaas zijns monds.
-
31
Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen.
-
32
Als zijn dag nog niet is, zal hij vervuld worden; want zijn tak zal niet groenen.
-
33
Men zal zijn onrijpe druiven afrukken, als van een wijnstok, en zijn bloeisel afwerpen, als van een olijfboom.
-
34
Want de vergadering der huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten der geschenken.
-
35
Zijn ontvangen moeite, en baren ijdelheid, en hun buik richt bedrog aan.