📖 Job 12
-
1
Maar Job antwoordde en zeide:
-
2
Trouwens, omdat gijlieden het volk zijt, zo zal de wijsheid met ulieden sterven!
-
3
Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?
-
4
Ik ben het, die zijn vriend een spot is, maar roepende tot God, Die hem verhoort; de rechtvaardige en oprechte is een spot.
-
5
Hij is een verachte fakkel, naar de mening desgenen, die gerust is; hij is gereed met den voet te struikelen.
-
6
De tenten der verwoesters hebben rust, en die Gode tergen, hebben verzekerdheden, om hetgene God met Zijn hand toebrengt.
-
7
En waarlijk, vraag toch de beesten, en elkeen van die zal het u leren; en het gevogelte des hemels, dat zal het u te kennen geven.
-
8
Of spreek tot de aarde, en zij zal het u leren; ook zullen het u de vissen der zee vertellen.
-
9
Wie weet niet uit alle deze, dat de hand des HEEREN dit doet?
-
10
In Wiens hand de ziel is van al wat leeft, en de geest van alle vlees des mensen.
-
11
Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt?
-
12
In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand.
-
13
Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.
-
14
Ziet, Hij breekt af, en het zal niet herbouwd worden; Hij besluit iemand, en er zal niet opengedaan worden.
-
15
Ziet, Hij houdt de wateren op, en zij drogen uit; ook laat Hij ze uit, en zij keren de aarde om.
-
16
Bij Hem is kracht en wijsheid; Zijns is de dwalende, en die doet dwalen.
-
17
Hij voert de raadsheren beroofd weg, en de rechters maakt Hij uitzinnig,
-
18
Den band der koningen maakt Hij los, en Hij bindt den gordel aan hun lenden.
-
19
Hij voert de oversten beroofd weg, en de machtigen keert Hij om.
-
20
Hij beneemt den getrouwen de spraak, en der ouden oordeel neemt Hij weg.
-
21
Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt den riem der geweldigen.
-
22
Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwe brengt Hij voort in het licht.
-
23
Hij vermenigvuldigt de volken, en verderft ze; Hij breidt de volken uit, en leidt ze.
-
24
Hij neemt het hart van de hoofden des volks der aarde weg, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is.
-
25
Zij tasten in de duisternis, waar geen licht is; en Hij doet hen dwalen, als een dronkaard.